Verduidelijking omtrent kring aansprakelijke partijen bij aanvaring. (Overige watersport, 08-2020)

20/08/2020

In het aanvaringsecht (artikel 8: 1004 BW) geldt dat aansprakelijkheid voor schade slechts bestaat wanneer de schade is veroorzaakt door schuld van een schip. In de Nederlandse regeling is de eigenaar van het schuldige binnenschip als een centraal aansprakelijke figuur aangewezen.

Bij schuld van een schip, is de eigenaar dus aansprakelijk, niet in de vorm van een risico-aansprakelijkheid, maar in de vorm van een kwalitatieve aansprakelijkheid. De rechter moest vervolgens het begrip schuld van een schip nader invullen.

Dat is (gedeeltelijk) gedaan in het arrest HR 30 november 2001,  ECLI:NL:HR:2001:AD3922 (Casuele/De Toekomst). Klik HIER voor de link naar dit arrest.

Aldaar werd bepaald voor wat betreft de categorieën waarvoor de eigenaar aansprakelijk zou zijn (a) een fout van een persoon voor wie de eigenaar van het schip aansprakelijk is volgens de artikelen 6: 169-6:171 BW) of (b) een fout van een persoon of van personen die ten behoeve van het schip of van de lading arbeid verrichten/verrichten of heeft/hebben verricht, begaan in de uitoefening van hun werkzaamheden, (c) de verwezenlijking van een bijzonder gevaar voor personen of zaken dat in het leven is geroepen door dat het schip niet voldeed aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden er aan mocht stellen.

In de in dit artikel te bespreken procedure ging het om het verweer van de zijde van de aansprakelijkheidsverzekeraar van verhuurder (NN) dat deze als pleziervaartuigenverhuurder niet zou behoren tot de kring van aansprakelijke partijen zoals bepaald door de Hoge Raad in voornoemd arrest bij uitleg van het begrip schuld van een schip.

In het dd. 18 augustus 2020 gewezen arrest bepaalt het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden in de overwegingen 5.3.6 en 5.3.7 dat bij een aanvaring, veroorzaakt door een aan de stuurman toerekenbare fout niet van belang is of de scheepseigenaar zelf de tot de aanvaring leidende fout heeft gemaakt, dan wel of hij zeggenschap heeft over de stuurman, dan wel of de stuurman valt binnen de kring van personen voor wier gedragingen de scheepseigenaar ingevolge de artikelen 6:169 tot en met 6:171 BW aansprakelijk is.

Ook indien de eigenaar het schip zonder schipper of bemanning heeft verhuurd….., Blijft ten opzichte van derden de kwalitatieve aansprakelijkheid van de eigenaar van een aanvaringsschade in stand.

Vervolgens overweegt het Hof dat de beperkte uitleg die Bootsma geeft aan het arrest Casuele/De Toekomst voor wat betreft de categorieën waarvoor de eigenaar aansprakelijk zou zijn (a) een fout van een persoon voor wie de eigenaar van het schip aansprakelijk is volgens de artikelen 6: 169-6:171 BW) of (b) een fout van een persoon of van personen die ten behoeve van het schip of van de lading arbeid verrichten/verrichten of heeft/hebben verricht, begaan in de uitoefening van hun werkzaamheden, berust op een onjuiste lezing van dat arrest.

Een belangrijke verduidelijking door dit arrest, zeker voor de verzekeringspraktijk, waar maar al te vaak voorkomt dat met verhuurschepen schade wordt veroorzaakt en de daadwerkelijke stuurman geen gegevens achterlaat of, zoals in de onderhavige kwestie, simpelweg ontkent dat hij het schip heeft bestuurd.

Voor de praktijk in de afhandeling van schadezaken is het tweede deel van rechtsoverweging 5.3.6 interessant waarin het gerechtshof aangeeft dat er geen enkel beletsel is voor degene die schade lijdt om ook daadwerkelijk de persoon aan te spreken aan wiens fout de aanvaringsschade is te wijten of degenen die voor de gedragingen die persoon ingevolge de artikelen 6: 169 tot en met 6: 171 BW aansprakelijk is.

Het is dan ook van groot belang om bij een aanvaringsschade onder alle omstandigheden ook de NAW gegevens van de daadwerkelijke stuurman ten tijde van de aanvaring op te vragen!

ECLI:NL:GHARL:2020:6480 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-08-2020, 200.253.052/01

PDF
Terug naar Nieuws