Zakendoen met buitenlandse partij.

15/02/2017

De Nederlandse watersportbranche/scheepsbouw staat hoog aangeschreven in het buitenland. Niet voor niets dobberen vele jachten van Nederlandse makelij in internationale wateren en wordt op diverse buitenlandse botenbeurzen goede sier gemaakt met wat toch als ‘Hollands Glorie’ beschouwd mag worden.

Er zijn dan ook vele transacties tussen Nederlandse ondernemingen en buitenlandse partijen, zowel voor wat betreft scheepsbouw, alsmede verkoop en reparatie/onderhoud. Duitsland speelt een hoofdrol. De handelsbetrekkingen tussen Nederland en Duitsland zijn nauw. Niet alleen kopen veel Duitsers een schip in Nederland, maar Nederland is ook een populair vakantieland waar vele Duitsers hun schip in een jachthaven hebben afgemeerd. Het is dan ook belangrijk om bij een eventueel geschil goed te weten waar de Nederlandse ondernemer staat en om zo mogelijk eventualiteiten te voorkomen in de overeenkomst.

Welke rechter is bevoegd?
Dit onderwerp is geregeld in artikel 15 lid 1, sub c van de zogenaamde verordening 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000, betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de ten uitvoerlegging van de beslissing van burgerlijke en handelszaken (de Brussel-I verordening). Kort samengevat: bij een geschil tussen een ondernemer en een buitenlandse consument, waarbij de ondernemer commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woont, kan de consument kiezen of hij het geschil aanbrengt bij het gerecht van de lidstaat waar de ondernemer gevestigd is of voor het gerecht waar de consument zijn woonplaats heeft. Een Duitse klant (als hij consument is) heeft dus de keuze.

Op buitenland gericht.
Jurisprudentie wijst uit dat voornoemde afregeling van de bevoegdheid van de rechter afhankelijk is van de situatie of de ondernemer zogenaamde omzetverhogende activiteiten in het woonland van de consument (in casu Duitsland) heeft ontplooid. Hier is bijvoorbeeld aan voldaan wanneer:
-  de ondernemer reclame maakt in Duitsland (folders, televisie en dergelijke),
-  zich met een website richt op het buitenland (door die in meerdere talen aan te bieden),
   of met een buitenlands toplevel-domein (.nl).

Wanneer een Nederlandse botenmakelaar zijn website in het Duits heeft ingericht, kan al geconcludeerd worden dat er omzetverhogende activiteiten gericht op het buitenland zijn ontplooid. Het bovenstaande overkwam een Nederlandse scheepsmakelaardij in een geschil met een Franse consument. Ondanks rechts- en forumkeuze in zijn overeenkomst, moet hij nu in Frankrijk procederen, met alle kosten en complicaties van dien.

Voorbehoud werkt niet.
In een overeenkomst vermelden dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing, is helaas niet de oplossing. Een dergelijke afspraak is alleen maar geldig wanneer die ná het ontstaan van het geschil tot stand is gekomen, maar dat is natuurlijk zelden of nooit het geval. Bij een overeenkomst met onze Duitse consument geldt dat hij kan kiezen bij welke rechter hij de zaak aanhangig maakt. De Nederlandse ondernemer heeft echter geen keus: als hij of zij een geschil heeft met een Duitse consument komt er een Duitse rechter aan te pas. Wanneer beide partijen ondernemer zijn, geldt bij een rechtskeuze de keuze die partijen hebben gemaakt. Als ondernemers geen bevoegdheid hebben afgesproken, dan geldt als plaats van de bevoegde rechter de plaats waar de contractuele verplichting moet worden nagekomen. Bij een koopovereenkomst geldt de plaats waar de boot moet worden afgeleverd of waar de koper de feitelijke macht van deze goederen heeft verkregen. Bij een aanneemovereenkomst geldt waar de dienstverlening (bouw of reparatie) plaats dient te vinden.

Welk recht van toepassing?
Naast de bevoegde rechter is het echter ook van belang welk recht van toepassing is op een overeenkomst. Hiervoor geldt hetzelfde als hiervoor met betrekking tot de bevoegde rechter. Bij een consument mag de rechtskeuze er niet toe leiden dat de Duitse consument wordt beroofd van de rechtsbescherming van het zogenaamd objectief toepasselijke recht, dat is het recht dat op grond van wettelijke voorschriften van toepassing zou zijn indien partijen geen rechtskeuze hadden gemaakt. Opnieuw, dit geldt voor zover een Nederlandse ondernemer zijn beroepsactiviteit op Duitsland heeft gericht of activiteiten hier uitoefent. Voor wie dus geen activiteiten op de Duitse markt richt en ook geen activiteiten in Duitsland ontplooit, is het Nederlandse recht van toepassing.

Bij ondernemers kan opnieuw rechtsgeldig een rechtskeuze worden gemaakt in de overeenkomst. Bij het ontbreken van een dergelijke keus zal meestal Nederlands recht van toepassing zijn, aangezien volgens Europees recht als hoofdregel geldt het recht van het land waar de verkoper is gevestigd. Dit geldt dus wanneer een Nederlandse botenbouwer in Nederland een schip bouwt in het kader van een aanneem- of reparatieovereenkomst of indien de reparaties in Nederland worden uitgevoerd. Zou de Nederlandse botenbouwer het schip in Duitsland bouwen, dan zou Duits recht van toepassing zijn.

Conclusie.
Houd in overeenkomsten met een buitenlandse consument rekening met het feit dat, bij het ontplooien van activiteiten op de buitenlandse markt waar de consument woont, de consument het recht heeft om het geschil te laten beoordelen in zijn land. Dit geldt alleen niet wanneer de ondernemer uitsluitend zijn activiteiten op Nederland concentreert. In overeenkomsten tussen ondernemers onderling, kunnen rechtsgeldig afspraken worden gemaakt over de bevoegde rechter en het toepasselijke recht. Let er wel op om voor hetzelfde rechtssysteem te kiezen. Hebben ondernemers geen afspraak hierover gemaakt, dan ligt de bevoegdheid van de rechter bij de plaats van uitvoering, dan wel de plaats van levering van de partij die de zogenaamde karakteristieke prestatie levert.

PDF
Terug naar Nieuws