Wat mag een sleep je kosten?

11/10/2017

Het kan je gebeuren, vastlopen en losgetrokken moeten worden. De omstandigheden waaronder dat gebeurt, bepalen de prijs die de berger daarvoor vraagt. En dus geldt ook hier: pas op je zaak.

De auto valt met rokende motor stil langs de weg: geen probleem, we bellen de Wegenwacht. Als we geen lid zijn, dan worden we lid en voor een bescheiden bedrag passend geholpen. Op het water is echter geen Wegenwacht. Wat doe je dan wanneer je ‘pech onderweg’ krijgt? Dat hulp op het water een dure grap kan worden wanneer je niet goed oplet, ondervond meneer Thomasson een stukje buitengaats op de Waddenzee. Thomasson dacht zijn net aangekochte Dufour, een gebruikte 39-voeter, zelf over te varen naar Denemarken. Op de Waddenzee liep hij aan het einde van de middag vast in het zicht van één van de waddenhavens. Hoewel het aangenaam weer was, met een zonnetje en een lekker briesje, vond Thomasson het toch wel prettig om voor het donker in de haven te zijn. Hij informeerde op de marifoon of er iemand in de buurt was die een sleepje kon geven. Prompt krijgt hij antwoord en vervolgens raast een felgekleurde motor boot zijn kant op, bemand met heren “who looked offical” en werd hij vlot getrokken. Over kosten werd niet gesproken. In de haven aangekomen, moest meneer Thomasson een “general tug and salvage agreement” tekenen, maar nog steeds werden er geen kosten genoemd. Hij was dan ook “not amused” toen hij enkele weken later het verzoek kreeg om een bedrag van zesduizend euro te voldoen ter zake zijn sleepje! Het bergingsbedrijf stelde dat er sprake was geweest van ‘gevaar’ en dat het bedrijf derhalve recht had op zogenaamd ‘hulploon’. Om de financiële risico’s te snappen als je zonder meer hulp van professionele bergers accepteert, geef ik hier een toelichting op beide begrippen.

De wet bepaalt dat in het geval er gevaar bestaat voor schade aan het schip of veiligheid van de opvarenden er voor een bijstandsverlenende partij recht bestaat op hulploon. Als er geen afspraak is over de hoogte hiervan, moet worden bepaald wat een redelijk bedrag is. In de wet en jurisprudentie zijn daar een tiental criteria voor ontwikkeld: 1) de waarde van het schip; 2) de vakkundigheid en inspanning van de berger ten opzichte van het milieu (het gaat hier ook beroepsvaart); 3) het resultaat van de hulpverlening; 4) de aard en de ernst van het gevaar; 5) de vakkundigheid van de hulpverlener ten aanzien van het schip, de bemanning en de vervoerde goederen; 6) de door de hulpverlener gebruikte tijd, gemaakte kosten en eventueel geleden verliezen; 7) het risico op aansprakelijkheid dat de hulpverlener gelopen heeft; 8) de snelheid van de dienstverlening; 9) de beschikbaarheid en het gebruik van de voor de hulpverlening bestemde uitrusting; 10) de staat van gereedheid, doelmatigheid en waarde van de uitrusting.

Buiten verhouding.
De berger houdt vol dat er sprake was van gevaar voor het schip en dat Thomasson een noodoproep had uitgezonden, hetgeen deze betwist. Ook Thomasson is echter niet onredelijk en had op voorhand een bedrag van € 1.500,- aan de berger voldaan. Dat vond hij een meer dan adequate compensatie voor wat feitelijk niet meer was dan een kwartier slepen van het schip, waar eigenlijk lostrekken alleen al voldoende was geweest. Bovendien vond hij die zesduizend euro volstrekt buiten verhouding, afgezet tegen de waarde van zijn schip (te weten € 33.000,00). Ook herhaalde hij dat er geen sprake was geweest van gevaar: “het werd opkomend tij, het was mooi weer en hij was in het zicht van de haven.” De berger stelde dat hij met twee schepen was uitgerukt en dat het door hem ingezette materiaal een dergelijke vordering rechtvaardigt. Thomasson antwoordde op zijn beurt dat de berger precies wist wat de situatie was, aangezien hij het schip in zicht had en dat het met “vol materieel” uitrukken toch echt voor diens rekening en risico diende te blijven.

De discussie wordt inmiddels gevoerd voor de rechter en die zal vonnis gaan wijzen. Er is weinig over deze materie geprocedeerd, maar een kantonrechter heeft in 2013, langs de redenering als in dit artikel, geconcludeerd dat de rekening van een berger van € 3.867,50, alle omstandigheden in aanmerking nemend, buitenproportioneel was en flink werd gematigd. Het lostrekken van een Bavaria van het Vrouwenzand, met een kleine sleepboot waarmee 2,5 uur was gemoeid, mocht van de rechter achthonderd euro kosten. Beide situaties zijn uitermate vergelijkbaar. We houden u van de uitkomst van deze zaak op de hoogte!

Tip: in tegenstelling tot de KNRM werken bergingsbedrijven niet kosteloos. Het is hun werk. Vaak wordt het onderwerp kosten snel afgedaan met de mededeling dat als men verzekerd is, de kosten worden vergoed. Dat hangt echter af van de verzekeraar en of in de polisvoorwaarden dekking voor bergingskosten is opgenomen. Controleer dit! In het andere geval, wanneer er geen sprake is van gierende storm maar van een min of meer ‘wegenwachtdienst’, maak duidelijke afspraken over de kosten zodat u niet voor onaangename verrassingen als hiervoor komt te staan.

PDF
Terug naar Nieuws